Welk schuurpapier heb je nodig voor schilderwerk? Complete keuzehulp
Welk schuurpapier je nodig hebt voor schilderwerk hangt af van de ondergrond, de staat ervan en wat je met het schuren wilt bereiken. Ruw hout vraagt bijvoorbeeld om een andere aanpak dan een bestaande verflaag die alleen licht opgeschuurd hoeft te worden.
Ook de korrelgrootte maakt veel verschil. Met grof schuurpapier verwijder je sneller materiaal, terwijl fijn schuurpapier juist bedoeld is om een oppervlak gladder af te werken.
In deze keuzehulp leggen we uit welk schuurpapier je gebruikt voor hout, oude verflagen, grondverf en het schuren tussen verflagen.
Waarom schuren voor schilderen?
Schuren is een belangrijk onderdeel van de voorbereiding van schilderwerk. Je gebruikt het onder andere om oneffenheden te verminderen, beschadigde delen bij te werken, opstaande houtvezels glad te maken en bestaande verflagen te matteren.
Het doel is niet altijd om zoveel mogelijk materiaal te verwijderen. Bij bestaand schilderwerk wil je vaak juist gecontroleerd schuren zonder de complete verflaag weg te halen.
Een goed voorbereide ondergrond maakt het vervolgens gemakkelijker om grondverf of lak strak aan te brengen.
Wat betekent de korrel van schuurpapier?
Op schuurpapier zie je aanduidingen zoals P80, P120, P180 en P240. Het getal geeft aan hoe grof of fijn het schuurmateriaal is.
Daarbij geldt een eenvoudige regel:
Hoe lager het getal, hoe grover het schuurpapier.
Hoe hoger het getal, hoe fijner het schuurpapier.
P80 neemt dus aanzienlijk meer materiaal af dan P240.
Een globale indeling voor schilderwerk is:
| Korrel | Grofheid | Toepassing |
|---|---|---|
| P40–P60 | Zeer grof | Zwaar schuurwerk en veel materiaal verwijderen |
| P80 | Grof | Ruw hout en sterkere oneffenheden |
| P100–P120 | Middel | Hout egaliseren en bestaand schilderwerk schuren |
| P150–P180 | Fijn | Voorbereiden op schilderen en fijner afwerken |
| P220–P240 | Zeer fijn | Licht tussenschuren en fijne afwerking |
| P320+ | Extra fijn | Zeer fijn afwerkingswerk |
Dit zijn richtlijnen. De juiste keuze blijft afhankelijk van de ondergrond en het gebruikte verfsysteem.
Wil je hier uitgebreider op ingaan? Bekijk dan ook Welke korrel schuurpapier gebruik je voor hout en schilderwerk?.
Welk schuurpapier gebruik je voor hout?
Bij hout kijk je eerst naar de conditie van het oppervlak. Is het ruw, beschadigd, al eerder geschilderd of vrijwel glad?
Ruw en onbehandeld hout
Bij ruw hout kan een grovere korrel nodig zijn om oneffenheden en ruwe houtvezels te verminderen.
P80 kan bijvoorbeeld een geschikt uitgangspunt zijn wanneer er daadwerkelijk materiaal moet worden afgenomen. Daarna werk je verder met een fijnere korrel, zoals P120 en eventueel P180.
Zo voorkom je dat de grove schuurkrassen van de eerste schuurgang zichtbaar blijven.
Glad onbehandeld hout
Is het hout van zichzelf al redelijk glad? Dan hoef je niet automatisch met grof schuurpapier te beginnen.
Begin zo fijn mogelijk en alleen zo grof als noodzakelijk. Daarmee voorkom je dat je zelf diepe schuurkrassen maakt die je daarna weer moet verwijderen.
P120 tot P180 kan bij fijner voorbereidend schuurwerk een logischer bereik zijn.
Welk schuurpapier gebruik je voor oude verf?
Bij bestaand schilderwerk is het belangrijk om eerst naar de conditie van de verflaag te kijken.
Zit de verf nog goed vast en is het oppervlak redelijk vlak? Dan hoef je de volledige verflaag doorgaans niet weg te schuren. Het schuren is dan vooral bedoeld om de ondergrond voor te bereiden op de volgende behandeling.
Bij bestaand schilderwerk wordt vaak met een middelgrove tot fijne korrel gewerkt, bijvoorbeeld P120 tot P180.
Is de verf beschadigd, bladdert deze af of zitten er dikke overgangen tussen kaal hout en bestaande verf? Dan moet je die plekken eerst verder aanpakken. Loszittende verf verwijder je voordat je verdergaat met het opbouwen van een nieuw verfsysteem.
Welk schuurpapier gebruik je voor kozijnen?
Bij houten kozijnen kom je vaak meerdere situaties tegelijk tegen. Een deel van de bestaande verf kan nog goed zijn, terwijl andere plekken beschadigd of kaal zijn.
Je hoeft daardoor niet noodzakelijk het hele kozijn met dezelfde korrel te behandelen.
Op beschadigde plekken kan eerst grover schuurwerk nodig zijn. Voor het egaliseren en voorbereiden van bestaand schilderwerk gebruik je vervolgens een fijnere korrel.
Let vooral op overgangen tussen kaal hout en bestaande verflagen. Een voelbare rand kan na het schilderen zichtbaar blijven.
Bij profielen, hoeken en moeilijk bereikbare plaatsen kan flexibel schuurmateriaal handig zijn. EasyPainter heeft bijvoorbeeld flexibele SIA-schuurpads en fijn schuurvlies voor contouren en lastig bereikbare plekken.
Welk schuurpapier gebruik je voor deuren?
Voor een deur geldt grotendeels dezelfde aanpak als voor ander geschilderd houtwerk.
Een deur met een goede bestaande laklaag hoeft meestal niet volledig kaal geschuurd te worden. Is de verflaag nog intact, dan ligt de nadruk op egaliseren, matteren en het verwijderen van kleine oneffenheden.
Bij een beschadigde deur kan lokaal grover schuren nodig zijn.
Besteed extra aandacht aan grote vlakke delen. Schuur je daar ongelijkmatig, dan kunnen verschillen na het aflakken beter zichtbaar worden.
Welke korrel gebruik je voor grondverf?
Na het aanbrengen van grondverf kan het oppervlak minder glad aanvoelen dan je wilt. Houtvezels kunnen iets zijn opgekomen en kleine stofdeeltjes of andere oneffenheden kunnen zichtbaar zijn.
Voor het gladschuren van grondverf wordt doorgaans fijner schuurpapier gebruikt, bijvoorbeeld P180 tot P240.
Het doel is hierbij niet om de aangebrachte grondlaag volledig te verwijderen. Je wilt kleine oneffenheden verminderen en een egale basis creëren voor de volgende verflaag.
Controleer altijd de instructies van de gebruikte grondverf voor de aanbevolen verwerking en overschildering.
Moet je tussen twee verflagen schuren?
Of tussenschuren nodig is, hangt af van het gebruikte verfsysteem, de ondergrond en de aanwijzingen van de verffabrikant.
Wanneer tussenschuren wordt voorgeschreven of nodig is om kleine oneffenheden te verwijderen, gebruik je doorgaans fijn schuurmateriaal.
P220 of P240 kan bijvoorbeeld worden gebruikt voor licht tussenschuren. Het doel is een fijne, egale ondergrond te creëren en niet om de voorgaande verflaag grotendeels weg te schuren.
Na het schuren moet het oppervlak opnieuw zorgvuldig stofvrij worden gemaakt.
Wanneer gebruik je een schuurpad of schuurspons?
Gewoon schuurpapier werkt prettig op vlakke oppervlakken, maar schilderwerk bestaat lang niet altijd uit rechte vlakken.
Denk aan:
- kozijnprofielen;
- afgeronde randen;
- sierlijsten;
- hoeken;
- smalle delen;
- moeilijk bereikbare plekken.
Een flexibele schuurpad of schuurspons kan zich beter aanpassen aan deze vormen.
EasyPainter heeft bijvoorbeeld SIA Siasponge-schuurpads voor het schuren van gevormde en moeilijk bereikbare oppervlakken. In het assortiment staat daarnaast flexibel schuurvlies voor fijn afwerkingswerk.
Bekijk hiervoor voorbereiding schilderwerk.
Wanneer gebruik je schuurvlies?
Schuurvlies is interessant voor fijner schuur- en matteringswerk, vooral op plaatsen waar gewoon schuurpapier minder gemakkelijk aansluit op de vorm.
Door de flexibele structuur kun je contouren, randen en hoeken gemakkelijker volgen.
Het SIA 6120 Siavlies Very Fine in het EasyPainter-assortiment is bijvoorbeeld bedoeld voor fijne afwerking en het matteren van laklagen en kan zowel nat als droog worden gebruikt.
Voor zwaar materiaal verwijderen kies je echter ander schuurmateriaal. Het type schuurmiddel moet dus passen bij de fase van je schilderklus.
Schuren met de hand of met een schuurmachine?
Beide methodes hebben hun plaats.
Een schuurmachine is vooral praktisch wanneer je grotere vlakke oppervlakken moet behandelen. Je kunt daarmee relatief snel en gelijkmatig werken.
Handmatig schuren geeft juist veel controle op kleine oppervlakken, randen, profielen en moeilijk bereikbare plekken.
Bij een kozijn kun je beide methodes combineren: grotere vlakke delen machinaal en details met de hand.
Moet je altijd van grof naar fijn schuren?
Wanneer je begint met grof schuurpapier is het verstandig om daarna met een fijnere korrel verder te werken.
Grof schuurpapier laat grovere krassen achter. Die moet je tijdens de volgende schuurgang voldoende verfijnen.
Een mogelijke opbouw is bijvoorbeeld:
P80 → P120 → P180
Voor fijn afwerkingswerk kan daarna nog P220 of P240 worden gebruikt.
Dat betekent niet dat iedere schilderklus bij P80 moet beginnen. Als P180 voldoende is voor de ondergrond, heeft het weinig zin eerst onnodig diepe krassen met P80 te maken.
De beste vuistregel is daarom:
Begin zo fijn mogelijk en gebruik alleen een grovere korrel wanneer dat noodzakelijk is.
Moet je met de houtnerf mee schuren?
Bij zichtbaar hout is de schuurrichting belangrijk. Vooral tijdens de laatste schuurgang is het verstandig om met de houtnerf mee te werken.
Dwars op de nerf schuren kan krassen veroorzaken die na de verdere afwerking zichtbaar blijven.
Bij bestaand dekkend schilderwerk speelt dit visueel minder sterk dan bij transparante afwerkingen, maar gecontroleerd en gelijkmatig schuren blijft belangrijk.
Hoe weet je wanneer je genoeg hebt geschuurd?
Meer schuren is niet automatisch beter.
Controleer het oppervlak zowel met je ogen als met je hand. De ondergrond moet voldoende egaal zijn voor de volgende behandeling en er mogen geen loszittende delen achterblijven.
Bij bestaand schilderwerk hoef je niet door te gaan totdat overal kaal hout zichtbaar is wanneer de bestaande laag nog goed vastzit en geschikt is om verder te behandelen.
Let vooral op voelbare overgangen, ruwe plekken en beschadigingen.
Moet je schoonmaken voor of na het schuren?
Een sterk vervuilde of vettige ondergrond wil je niet simpelweg gaan schuren. Daarmee kun je vervuiling over het oppervlak verspreiden of in de ondergrond werken.
Maak de ondergrond daarom volgens het gekozen verfsysteem geschikt schoon.
Na het schuren moet het schuurstof eveneens zorgvuldig worden verwijderd voordat je verdergaat met grondverf of lak.
Veelgemaakte fouten bij schuren voor schilderwerk
Te grof beginnen
Grof schuurpapier werkt snel, maar kan diepe krassen veroorzaken. Gebruik daarom niet automatisch de grofste korrel die je hebt liggen.
Te grote stappen tussen korrels
Van zeer grof direct naar zeer fijn schuurpapier gaan is vaak inefficiënt. Het fijne schuurpapier moet dan alle diepe krassen van de eerste schuurgang proberen weg te werken.
Alleen de beschadigde plek schuren
Bij een beschadiging moet ook de overgang naar het intacte oppervlak netjes worden geëgaliseerd. Anders kan na het schilderen een rand zichtbaar blijven.
Te hard drukken
Meer druk betekent niet automatisch beter schuren. Laat het schuurmateriaal het werk doen en werk gelijkmatig over het oppervlak.
Schuurstof laten liggen
Een mooi geschuurd oppervlak is nog niet klaar voor verf zolang er schuurstof op zit. Maak de ondergrond na het schuren zorgvuldig stofvrij.
Welk schuurpapier heb je nodig? Praktisch overzicht
Wil je snel bepalen waarmee je moet beginnen? Gebruik dan dit overzicht als uitgangspunt:
Ruw hout: P80 en daarna fijner werken
Hout egaliseren: P100–P120
Bestaande verflaag: ongeveer P120–P180
Voorbereiden voor schilderwerk: P150–P180
Grondverf gladschuren: ongeveer P180–P240
Licht tussenschuren: ongeveer P220–P240
Profielen en rondingen: flexibele schuurpad of schuurspons
Fijn matteren en detailwerk: fijn schuurvlies
De exacte korrel kan per situatie en verfsysteem verschillen. Controleer daarom ook altijd de voorschriften van de verf- of lakfabrikant.
Schuurmateriaal voor schilderwerk kiezen
De beste keuze wordt een stuk eenvoudiger wanneer je eerst bepaalt wat je wilt bereiken.
Moet er veel materiaal af? Begin dan grover. Wil je bestaand schilderwerk alleen voorbereiden op een volgende laag? Kies fijner. Werk je rond profielen en hoeken? Dan kan flexibel schuurmateriaal prettiger zijn dan een vlak vel schuurpapier.

