Schuren tussen verflagen doe je meestal met fijn schuurmateriaal. Het doel is namelijk niet om de aangebrachte verflaag weer te verwijderen, maar om kleine oneffenheden weg te werken en het oppervlak voor te bereiden op de volgende laag.
Voor veel schilderwerk ligt P180 tot P240 in een bruikbaar bereik. P220 en P240 worden vaak gebruikt voor fijn tussenschuren, terwijl P320 geschikt kan zijn wanneer de verflaag al erg glad is en je slechts zeer licht wilt schuren.
Welke korrel je precies nodig hebt, hangt af van de verflaag, de ondergrond en het gebruikte verfsysteem. Daarom leggen we hieronder uit waarom tussenschuren belangrijk is, wanneer je het doet en welke korrel je voor verschillende situaties kunt gebruiken.
Waarom schuren tussen verflagen?
Na het aanbrengen van grondverf of lak kan het oppervlak er op het eerste gezicht al glad uitzien. Toch kunnen kleine oneffenheden achterblijven.
Denk bijvoorbeeld aan stofdeeltjes die tijdens het drogen in de verf zijn terechtgekomen, een klein haartje van een kwast, lichte rollerstructuur of een plaats waar de verf iets minder egaal is uitgevloeid.
Door de droge verflaag licht te schuren, kun je deze kleine oneffenheden verminderen. Tegelijkertijd wordt het oppervlak licht gematteerd en voorbereid op de volgende behandeling.
Tussenschuren draait dus vooral om verfijnen. Je probeert niet zoveel mogelijk materiaal te verwijderen, maar een gelijkmatige en gladde basis voor de volgende verflaag te creëren.
Moet je altijd schuren tussen twee verflagen?
Niet ieder verfproduct en ieder verfsysteem stelt dezelfde eisen.
Bij sommige systemen wordt tussenschuren tussen verschillende lagen aanbevolen. Bij andere producten kan binnen een bepaalde overschildertijd een volgende laag worden aangebracht zonder uitgebreid te schuren.
Controleer daarom altijd de technische informatie van de gebruikte verf.
Ook de staat van de verflaag speelt een rol. Voel je na het drogen stofjes of kleine oneffenheden? Dan kan licht tussenschuren helpen om het oppervlak gladder te maken voordat je verdergaat.
Heeft een verflaag langere tijd gestaan voordat je de volgende laag aanbrengt? Dan kan een aanvullende voorbereiding noodzakelijk zijn.
Welke korrel gebruik je tussen verflagen?
Voor tussenschuren gebruik je doorgaans een fijnere korrel dan voor het verwijderen van oude verf of het herstellen van grotere beschadigingen.
Als praktische richtlijn kun je denken aan:
P180 – voor het aanpakken van lichte oneffenheden en wat steviger fijn schuurwerk.
P220 – voor fijn tussenschuren en het licht matteren van een verflaag.
P240 – voor fijn schuren tussen nieuwe verf- of laklagen.
P320 – voor zeer licht tussenschuren wanneer de laag al glad is en je zo min mogelijk materiaal wilt verwijderen.
Deze korrels zijn geen vaste regel voor iedere verfsoort. De toestand van de ondergrond en de voorschriften van het gebruikte verfsysteem blijven bepalend.
Wil je meer weten over de verschillende korrelgroottes? In Welke korrel schuurpapier gebruik je voor hout en schilderwerk? leggen we uitgebreider uit waarvoor verschillende korrels tijdens schilderwerk worden gebruikt.
Wanneer gebruik je P180 tussen verflagen?
P180 is fijn, maar heeft nog voldoende schurende werking om kleine oneffenheden te egaliseren.
Deze korrel kan bijvoorbeeld geschikt zijn wanneer een grond- of tussenlaag nog wat ruw aanvoelt. Ook wanneer er iets meer structuur in het oppervlak zit, kan P180 helpen om de laag verder te verfijnen.
Voor een laatste lichte schuurgang vóór een strakke lakafwerking kan een fijnere korrel beter passen.
Gebruik P180 dus vooral wanneer er daadwerkelijk iets geëgaliseerd moet worden en niet alleen wanneer je een al gladde verflaag heel licht wilt matteren.
Wanneer gebruik je P220?
P220 is een fijne korrel die goed bruikbaar is voor verschillende schilderwerkzaamheden.
Hiermee kun je een verflaag licht matteren en kleine oneffenheden aanpakken zonder direct veel materiaal te verwijderen.
Bij deuren, kozijnen en ander glad houtwerk kan P220 daarom een praktisch uitgangspunt zijn wanneer de bestaande verflaag al redelijk strak is.
Werk met beperkte druk en laat het schuurmateriaal het werk doen. Hard drukken zorgt niet automatisch voor een beter resultaat en vergroot juist de kans dat je plaatselijk te veel van de verflaag verwijdert.
Wanneer gebruik je P240 tussen laklagen?
P240 is fijner dan P220 en wordt veel gebruikt wanneer een nieuwe laklaag al behoorlijk glad is.
Je verwijdert hiermee relatief weinig materiaal. Daardoor kun je het oppervlak licht matteren en kleine stofjes of andere minimale oneffenheden aanpakken.
Voor fijn lakwerk op bijvoorbeeld deuren en kozijnen is P240 daarom een logische keuze wanneer de vorige laag weinig correctie nodig heeft.
Voel na het schuren altijd met je hand over het oppervlak. Het moet gelijkmatig glad aanvoelen zonder dat je onnodig door de bestaande verflaag heen schuurt.
Wanneer gebruik je P320?
P320 is geschikt voor zeer fijn schuurwerk.
Deze korrel kan interessant zijn wanneer de verflaag al mooi glad is en je nauwelijks materiaal wilt verwijderen. Je gebruikt P320 dus niet om duidelijke oneffenheden weg te schuren, maar vooral voor een zeer lichte schuurgang.
Fijner is daarbij niet automatisch beter.
Wanneer er nog duidelijke structuur of andere oneffenheden aanwezig zijn, kan P320 te weinig materiaal afnemen. Je bent dan lang bezig terwijl een iets grovere korrel efficiënter zou zijn.
Kijk daarom altijd eerst naar de staat van het oppervlak en kies daarna de korrel.
Welke korrel gebruik je voor grondverf?
Een grondlaag hoeft niet altijd met dezelfde korrel te worden geschuurd als een vrijwel afgewerkte laklaag.
Wanneer de grondverf nog kleine oneffenheden bevat, kan bijvoorbeeld P180 of P220 worden gebruikt om het oppervlak verder te egaliseren. Is de grondlaag al behoorlijk glad, dan kan een fijnere korrel voldoende zijn.
Het doel is dat je een vlakke basis creëert voor de volgende verflaag.
Schuur niet automatisch met een zeer fijne korrel omdat je uiteindelijk een glad resultaat wilt. De korrel moet passen bij wat er op dat moment aan het oppervlak gecorrigeerd moet worden.
Hoe schuur je tussen twee laklagen?
Laat de aangebrachte laklaag eerst voldoende drogen voordat je begint met schuren. Houd daarbij de droog- en overschildertijden van het gebruikte product aan.
Controleer vervolgens het oppervlak. Strijk voorzichtig met je hand over de verflaag en kijk eventueel met strijklicht langs het schilderwerk. Zo zie en voel je kleine stofjes en oneffenheden beter.
Schuur daarna licht en gelijkmatig. Zet niet onnodig veel druk en wees extra voorzichtig bij randen en scherpe hoeken. Daar schuur je gemakkelijker door de verflaag heen.
Na het tussenschuren moet het oppervlak zorgvuldig stofvrij worden gemaakt voordat je de volgende verflaag aanbrengt.
Voor schuurpapier, schuurpads en andere materialen die je bij deze voorbereiding kunt gebruiken, kun je kijken bij voorbereiding schilderwerk.
Hoe weet je of je genoeg hebt geschuurd?
Bij tussenschuren hoef je niet door te gaan totdat je nauwelijks nog verf ziet. Dat is juist niet de bedoeling.
Controleer of het oppervlak gelijkmatig glad aanvoelt en of uitstekende stofdeeltjes en kleine oneffenheden zijn verdwenen.
Strijklicht is hierbij handig. Laat het licht onder een kleine hoek over het oppervlak vallen. Kleine oneffenheden worden hierdoor duidelijker zichtbaar.
Voel daarna voorzichtig met je hand over het oppervlak. Is het egaal en zijn de storende plekjes verdwenen? Dan heeft verder schuren meestal weinig toegevoegde waarde.
Kun je tussen verflagen met een schuurmachine schuren?
Dat kan bij bepaalde oppervlakken, maar bij tussenschuren is controle belangrijker dan snelheid.
Met een schuurmachine verwijder je sneller materiaal dan wanneer je met de hand schuurt. Bij dunne verf- en laklagen kan dat betekenen dat je gemakkelijker door de laag heen gaat.
Voor kleine oppervlakken, profielen, randen en fijn lakwerk kan handmatig schuren daarom prettig zijn.
Op grotere vlakke oppervlakken kan machinaal schuren mogelijk zijn, mits je het juiste schuurmateriaal gebruikt en zeer gecontroleerd werkt.
Welke methode je ook kiest: bij tussenschuren hoeft maar weinig materiaal verwijderd te worden.
Schuurpapier, schuurpad of schuurvlies?
Voor tussenschuren hoef je niet altijd een traditioneel vel schuurpapier te gebruiken.
Een schuurpad kan prettig zijn bij profielen, rondingen en andere vormen waarbij het schuurmateriaal het oppervlak moet volgen. Voor vlakke oppervlakken kan schuurpapier in combinatie met een passend schuurblok juist meer controle geven.
Ook schuurvlies kan bij bepaalde fijne werkzaamheden worden gebruikt.
De vorm van het werkstuk en het gewenste resultaat bepalen daarom mede welk schuurmateriaal het prettigst werkt.
Wil je meer weten over de verschillen tussen schuurpapier, schuurpads en andere schuurmaterialen? Bekijk dan: Welk schuurpapier heb je nodig voor schilderwerk? Complete keuzehulp.
Moet je nat of droog schuren tussen verflagen?
Voor regulier schilderwerk wordt vaak droog geschuurd. Er bestaan echter ook schuurmaterialen die voor nat schuren geschikt zijn.
Nat schuren is niet automatisch beter omdat je een zeer glad oppervlak wilt bereiken. De verflaag én het gebruikte schuurmateriaal moeten hiervoor geschikt zijn.
Voor normaal schilderwerk aan bijvoorbeeld houten deuren en kozijnen is zorgvuldig droog tussenschuren meestal de meest voor de hand liggende methode.
Wil je toch nat schuren, controleer dan eerst of dit past binnen het gebruikte verfsysteem en of het schuurmateriaal hiervoor bedoeld is.
Hoe hard moet je tussenschuren?
Gebruik lichte en gelijkmatige druk.
Je wilt de verflaag alleen verfijnen en niet opnieuw verwijderen. Wanneer je veel kracht nodig hebt om een oneffenheid weg te krijgen, is het verstandig om te controleren of je wel de juiste korrel gebruikt.
Wees vooral voorzichtig bij randen en scherpe hoeken. De verflaag is daar gemakkelijker door te schuren dan op het midden van een groot vlak.
Controleer tijdens het werken regelmatig het resultaat. Daarmee voorkom je dat je langer doorschuurt dan noodzakelijk.
Moet je na tussenschuren opnieuw ontvetten?
Na het tussenschuren moet het schuurstof altijd zorgvuldig worden verwijderd.
Wanneer de ondergrond vóór het schilderen goed is gereinigd en tijdens het tussenschuren niet opnieuw vettig of anderszins vervuild is geraakt, hoef je niet automatisch opnieuw uitgebreid te ontvetten.
Probeer het geschuurde oppervlak zo min mogelijk met blote handen aan te raken. Daarmee voorkom je dat je opnieuw huidvet op het oppervlak achterlaat.
Twijfel je over de juiste volgorde van reinigen, ontvetten en schuren? In Eerst ontvetten of schuren? De juiste volgorde voor schilderwerk leggen we het volledige voorbereidingsproces stap voor stap uit.
Moet je tussen grondverf en lak schuren?
Of tussenschuren noodzakelijk is, hangt af van het gebruikte verfsysteem. In veel traditionele schilderopbouwen wordt een droge grondlaag licht geschuurd voordat de lak wordt aangebracht.
Daarmee kun je kleine oneffenheden uit de grondlaag verwijderen en een gladde basis creëren voor de afwerking.
Gebruik hiervoor geen onnodig grove korrel. Je wilt de grondverf niet volledig verwijderen, maar alleen corrigeren en verfijnen.
Is tijdens het schuren ergens kaal hout ontstaan? Controleer dan of die plek opnieuw met grondverf behandeld moet worden voordat je gaat aflakken.
Moet je tussen de eerste en tweede laklaag schuren?
Ook tussen twee laklagen kan licht tussenschuren zinvol of voorgeschreven zijn.
Na de eerste laklaag kunnen bijvoorbeeld kleine stofdeeltjes of lichte structuren zichtbaar zijn. Door deze voorzichtig weg te schuren, begin je de tweede laag op een gladder oppervlak.
P220 of P240 kan voor veel fijn schilderwerk een praktisch uitgangspunt zijn. Is de laag al zeer glad en hoef je nauwelijks iets te corrigeren, dan kan een fijnere korrel geschikt zijn.
Controleer altijd de voorschriften van de gebruikte lak. Sommige verfsystemen hebben specifieke overschildertijden of andere eisen voor het aanbrengen van een volgende laag.
Wat als je door de verflaag heen schuurt?
Een doorgeschuurde plek moet je niet zomaar negeren en direct overschilderen.
Bekijk eerst hoe diep je hebt geschuurd. Wanneer bijvoorbeeld kaal hout zichtbaar is geworden, kan het noodzakelijk zijn om dat gedeelte opnieuw met een geschikte grondverf te behandelen.
Laat deze laag vervolgens volgens voorschrift drogen en werk de plek opnieuw glad voordat je verdergaat met de volgende verflaag.
Daarom is lichte druk bij tussenschuren zo belangrijk. Het kost minder tijd om rustig te schuren dan om doorgeschuurde plekken opnieuw op te bouwen.
Veelgemaakte fouten bij schuren tussen verflagen
Een van de meest voorkomende fouten is te grof schuurpapier gebruiken. Hierdoor kunnen schuurkrassen ontstaan die na het aflakken zichtbaar blijven.
Een andere fout is te hard drukken. Tussenschuren is fijn werk en vraagt geen grote hoeveelheid kracht.
Begin ook niet te vroeg. Een verflaag die nog onvoldoende droog is, kan tijdens het schuren gaan smeren of het schuurmateriaal snel laten vollopen.
Verder wordt soms vergeten om na het schuren het stof zorgvuldig te verwijderen. Een glad geschuurd oppervlak waarop nog fijn schuurstof ligt, is nog niet klaar voor de volgende verflaag.
Let ten slotte extra op randen en hoeken. Daar is de kans het grootst dat je tijdens het tussenschuren door de verflaag heen gaat.
Schuren tussen verflagen voor een strak resultaat
Schuren tussen verflagen draait vooral om het verfijnen van het oppervlak. Je hoeft niet veel materiaal te verwijderen.
P180 kan geschikt zijn wanneer er nog lichte oneffenheden gecorrigeerd moeten worden. P220 en P240 zijn goede uitgangspunten voor veel fijn tussenschuurwerk. P320 kan worden gebruikt wanneer de verflaag al erg glad is en je slechts zeer licht wilt schuren.
Welke korrel uiteindelijk het beste past, hangt af van de ondergrond, de verflaag en het gebruikte verfsysteem.
Laat de verf voldoende drogen, kies een passende korrel, werk met lichte druk en verwijder na het schuren zorgvuldig al het stof. Daarmee creëer je een gladde en goed voorbereide basis voor de volgende verflaag.

